COPD

Chronic Obstructive Pulmonary Disease

COPD staat voor Chronic Obstructive Pulmonary Disease (in het Nederlands: chronische obstructieve longaandoeningen). Het is de verzamelnaam voor de niet te genezen luchtwegaandoeningen chronische bronchitis en longemfyseem. Bij deze aandoeningen werken de longen en luchtwegen niet goed meer waardoor dagelijkse activiteiten veel moeite kosten of zelfs niet meer lukken. COPD wordt pas merkbaar op latere leeftijd (meestal na het 40e levensjaar).

Naar schatting zijn er in Nederland rond de één miljoen mensen met COPD. Bij slechts de helft van hen is de diagnose COPD ook daadwerkelijk vastgesteld. Dit komt omdat COPD bij veel mensen onbekend is. COPD verergert geleidelijk en is helaas niet te genezen. Het is belangrijk om COPD vroeg te ontdekken, zodat optimale behandeling zo snel mogelijk kan plaats vinden.

COPD is méér dan een chronische longziekte. COPD uit zich ook in een mindere conditie en in minder kracht van de spieren. Daarnaast zien we ook vaak ondergewicht en is het ademhalingsvermogen vaak sterk verminderd.

Beweegprogramma

Verbeteren door techniek en training

Het beweegprogramma bij COPD is gericht op:

  • het verbeteren van de ademhalingstechniek
  • het verbeteren van de conditie d.m.v. cardiotraining
  • het verbeteren van de kracht d.m.v. krachttraining

 

Het in groepen van vijf of zes personen trainen, geeft ook de mogelijkheid tot een zogenaamd lotgenotencontact. Bij ons trainen mensen één tot twee keer per week en we stimuleren dat de mensen thuis óók actief zijn.
Wij verwijzen u ook graag naar een Belangrijk Bericht op onze Home pagina over fysiotherapie en COPD.

Gedicht

Geschreven door Theo Fritschy

COPD
Een ziekte met een naam maar zonder een gezicht.
Van buiten is niet te zien wat het in mij heeft aangericht.
De vermoeidheid, de wanhoop, het verdriet, de pijn.
Worden niet begrepen in een wereld
waar alles te zien moet zijn.

Ik lach, ik doe vrolijk, niet altijd even oprecht.
Het sloopte me van binnen, het is een lang
en eenzaam gevecht.
Ik ben niet meer wie ik ooit was, ik kan niet meer
wat ik ooit kon.

Maar ook voor mij schijnt nog steeds de warme levenszon.
Ik heb familie en lieve vrienden, zij kennen mijn enige wens.
Zij luisteren en beschouwen me niet als zieke maar als mens.